|
ORIËNTAALSE DANS De Oriëntaalse dans is een oude exotische dansvorm. In het Westen ziet men deze dansvorm meestal als buikdans, maar deze dans heeft een lange en veelzijdig, rijke geschiedenis. De lange rijke traditie is meer dan vierduizend jaar oud. De bewegingen zijn terug te vinden in grafschilderingen en reliëfs. In de oudheid werd deze dans uitgevoerd als vruchtbaarheids-rite, als ode aan de natuur en als uiting van vreugde over de kracht van lichaam en geest. Deze traditionele rituele dansen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten ontwikkelden zich aan de Turkse en Arabische hoven tot podiumkunst. Daarnaast bleef er een meer traditionele vorm bestaan, die later werd beïnvloed door de rondtrekkende zigeuners uit India. Ook heeft men haar wel geïnterpreteerd als ceremoniële paardans (vruchtbaarheidsdans), als voorbereiding en oefening op het baren van kinderen. Zoals alle oude dansvormen was zij oorspronkelijk verbonden met godsdienstbeoefening; bedoeld als eerbetoon aan en verzoeningsgebaar naar de bovennatuurlijke geesten. Als zodanig vervulde zij een belangrijke functie in het dagelijks leven. In de loop der eeuwen kreeg de dans een andere betekenis en werd in een nieuw licht geplaatst. Van religieuze rite veranderde de Oriëntaalse dans geleidelijk naar een vorm van amusement, die een belangrijke rol vervulde op feestjes en andere bijeenkomsten. In het Midden-Oosten dansen mannen zowel als vrouwen. Oriëntaalse dans (buikdans) is een 'isolatie-dansvorm'. Dit betekent dat men een deel van het lichaam beweegt en de rest stilhoudt. Het hoofd beweegt onafhankelijk van de schouders en de heupen bewegen onafhankelijk van het bovenlijf. De voeten bewegen op het ritme en geven een stuwende beweging naar het bekken (de heupen). Veel buik (bekken) dansen verplaatsen niet veel in de ruimte; de dans wordt dan ook vaak op de plaats uitgevoerd. Sommige danseressen tillen hun voeten zelfs nauwelijks op. Het onderste deel van het lichaam vertaalt het ritme. De handen en armen maken daarbij vloeiende, sierlijke en ronde bewegingen. Het belangrijkste is dat de buik ontspannen wordt gehouden en men geaard is. Dan zet de pas de beweging aan en de rest volgt als het ware vanzelf. Een aantal culturen kennen zelfs veel dansen waarbij de dansers geheel in trance raken. In Turkije buikdansen de mensen anders dan in Libanon, in Egypte onderscheidt de klassieke buik (bekken)dans zich van de dansen die door de plattelandsbewoners meegenomen zijn naar de stad (baladi) of de dansen waarmee de zigeuners de feesten opluisteren. Ook de dansen uit Marokko, Tunesië en Algerije kennen veel onderlinge verschillen. Bronvermelding: Yonina, Oriëntaalse dans en motivatie Gaade Uitgevers Volksdans 95/4
MAROKKO Marokko is een land met een gevarieerd landschap, verschillende levensstijlen en grote contrasten tussen traditie en moderniteit, tussen stad en platteland en tussen kuststreek en het binnenland. De geschiedenis van Marokko is er een van voortdurende migratie en beïnvloeding van verschillende culturen: Berbers, Romeinen, Arabieren, Moren, Joden, Spanjaarden en Fransen. De oorspronkelijke bewoners zijn de Berbers die hier al lang voor onze jaartelling woonden. Het woord Berber stamt af van het Griekse woord 'Barbaros' en wil zeggen: 'iedereen die niet Grieks was'. Voor de Romeinen waren 'Barban', onbeschaafden. Later sprak men van 'Beraber' en tegenwoordig spreekt men over Berbers. Marokko kent nog altijd veel verschillende Berberstammen, die ongeveer 40% van de bevolking uitmaken en die verdeeld kunnen worden in drie grote groepen met ieder hun eigen taal: In het noorden Zenatiya, in het zuiden Tachelhit en Thamazirht in het Atlasgebergte. Het Berbers is geen geschreven, maar een gesproken taal. De Arabieren wonen sinds de 8e eeuw in Marokko. Zij spreken Marokkaans-Arabisch, dit is Arabisch met veel Berberwoorden. Iedere Berberstam heeft zijn eigen muziek en dans. De originele Berber-instrumenten zijn: de stem, Zamar (hoornfluit), Nira en Anwada (rietfluiten), Aghanim (dubbele schalmei) en de Bendirs (tamboerijnen). De populaire muziek van Marokko wordt Chaabi genoemd en betekent 'van het volk'. Raï-muziek is daar een voorbeeld van en is heel populair bij de jongeren. De naam 'Raï' is eeuwenoud en komt oorspronkelijk van het West-Algerijnse platteland. Rond de eeuwwisseling werd het woord Raï voor het eerst gebruikt voor muzieknummers van troubadours. Het waren toen keurige liedjes, die in het klassiek Arabisch gezongen werden met rijmende coupletten. De zangers (cheick) zongen poëzie die van generatie op generatie overgeleverd was. Ze gebruiken daarbij regelmatig de woorden 'ya raï', wat letterlijk betekent 'naar ik denk', om vergeten of gebroken versrijmen te vervangen. Andere muziek werd gemaakt door orkesten (meddahates), waarin alleen vrouwen meespeelden. Door de trek naar de steden in de twintiger jaren veranderde de muziek ingrijpend en de teksten werden ironisch, cynisch en ruiger. In de jaren zestig kreeg de rai verschillende invloeden van de Marokkaanse Gnawa's, de zwarte minderheidsgroepen, de Arabisch-Andalusische muziek, de Afrikaanse percussie, Spaanse flamenco en vooral Egyptische filmmuziek. De Arabische muziek onderging veel Spaanse invloed ten tijde van Moren en werd mee naar Marokko genomen. Kenmerkend is hier de overheersing van de zang en als muziekinstrumenten de Ud (luit), de Rebab (een of tweesnarige viool) en de Tar (kleine tamboerijn). De populaire levendige Malhoun lijkt op Arabisch-Andalusisch, maar de teksten is de taal van de ambachtsman, ze ontstaan spontaan door het verder bouwen op een paar regels. In alle muziekstijlen speelt de percussie een belangrijke rol, niet alleen die instrumenten waarop een ritme geslagen kan worden, maar ook instrumenten waarmee geschud en gerammeld kan worden. De Marokkaanse ritmes zijn een mengeling van verschillende culturen zoals Berbers, Arabieren en de Afrikanen. Bij alle feesten (vooral bruiloften) vormt de dans een belangrijk onderdeel. In het algemeen wordt improviserend gedanst op basis van een aantal basisbewegingen die duidelijk bepaald zijn. Het bewegen op de verschillende ritmes wordt met sierlijkheid en verfijning gedaan, met veel schouder-, heup-, en handbewegingen. De Marocain populaire of Chaabi is de dans die overal gedaan wordt. Deze bekkendans is verwant met andere Arabische dansstijlen. Typerend aan de Marokkaanse manier van dansen is het voetengestamp en het antifoon handenklappen waarmee de dans soms begeleid wordt. Samen met bepaalde Berberse hand- en hoofdbewegingen maakt dit tot een raï-achtige manier van dansen. De berberdansen hebben een heel eigen karakter en traditie die streekgebonden zijn. De berbers die voornamelijk in de bergen en op het platteland wonen hebben veel onderlinge verschillen, niet alleen per streek maar zelfs binnen dezelfde groep. Deze harmonieuze groepsdansen met veel individuele variaties en mogelijkheden waarbij al improviserend de dansers op elkaar afgestemd zijn, zonder de eigen spontaniteit te verliezen hebben een geheel eigen karakter. Twee andere danssoorten die met name in het Atlasgebergte voorkomen zijn de Ahidous. De gezongen gedichten die de dansers begeleiden, gaan over de natuur, de liefde of ge-koesterde verwachtingen, de hoop. Deze dansen zijn groepsdansen, ze drukken de vreugde uit van het samenzijn en het wonen in de gemeenschap. Ze worden uitgevoerd op alle traditionele feesten, oogstfeesten, besnijdenissen en het feest van de Moessem. Dit is een jaarlijks feest dat bij de heiligengraven gehouden wordt. De mannen en vrouwen staan tijdens de dans in een rij, schouder aan schouder. Soms wordt ze ook in een kring gedanst. Men beweegt voornamelijk vertikaal met kniebuigingen en buigingen van het bovenlichaam. Er wordt daarbij veel op de grond gestampt. In zang en beweging volgt men de leider, die met een Bendir (tamboerijn zonder schellen, maar met een snaar die meetrilt) voor de rij of in het midden van de kring het teken geeft voor het volgende dansfiguur. De vrouwen maken fladderende verticale bewegingen met handen en onderarmen. Ze smeken met deze symbolische bewegingen als het ware de Goddelijke machten om vruchtbaarheid voor de aarde. De berbervrouwen hullen zich in gewaden van witte tule en bedekken hun haren met veelkleurige sluiers, die tot de lendenen reiken. De mannen dragen witte djellaba's en witte tulbanden. De Ahouach is de andere danssoort die in het Atlasgebergte gedanst wordt. Ook deze dansen worden met gemeenschappelijke zang begeleid. Ze begint met een improvisatie van een gezongen solo. Behalve gemeenschappelijke dansen kent deze danssoort ook dansen voor uitsluitend mannen of vrouwen. Bij de gezamenlijke dansen staat men meestal in twee rijen of halve kringen. Een mannen- tegenover een vrouwenrij. Bij de Ahouach zitten de muzikanten in het midden rondom een vuur. Boven dat vuur verwarmen zij het vel van hun bendir of andere ritme-instrumenten. Men speelt veel verschillende ritmes. Een solist is de leider, terwijl de anderen het tegenritme spelen. Soms bestaat de muzikale inbreng alleen uit begeleidend handgeklap, voetgestamp of afwisselend mannen of vrouwengezang. In tegenstelling tot de Ahidous worden bij deze dans met name door de vrouwen veel ruimtelijke patronen uitgevoerd. Beide danssoorten stralen een enorme verbondenheid uit. Dezelfde melodie en tekst worden steeds herhaald en de dansen kunnen soms uren duren zonder onderbreking. De jurken die de vrouwen dragen zijn meestal in pasteltinten, geborduurd met goud- en zilverdraad en overdadig versierd met muntjes en geldstukken. De Gnawa's (zwarte minderheidsgroep) hebben hun eigen dansstijl met invloeden uit Afrika. Deze stijl stamt vaak nog af van de vroegere slavenbevolking. Veel van hun dansen zijn religieus geladen en hebben meestal een rituele functie en worden gebruikt om mensen te genezen. Al dansend tonen zij hun lichamelijke vaardigheid door allerlei acrobatische toeren uit te halen, waarbij het hoofd hele subtiele bewegingen. Naast het maken van vooral veel ritmische muziek wordt op deze manier gezocht naar de identiteit van de geesten die de mensen ziek maakt. Als de juiste dans, muziek en/of woorden gevonden zijn staat de patiënt op en maakt en begint in trance te dansen, begeleid door handgeklap en muziek van de Hajhouj (snaarinstrument). Zodra de danser(es) tot rust komt wordt verondersteld dat hij zich verlost heeft van de ziekmakende geesten. Met deze trancedans (Jedba) worden de Gnawa's door alle verschillende lagen van de bevolkingsgroepen uitgenodigd om kwaadaardige geesten te verdrijven of gunstig gezind te stemmen. Voor een groot deel is Marokko Islamitisch. Het soefisme heeft door haar religieuze karakter veel muziek en dansen die tot trance leiden. De Arabische Sahraoui's waren vroeger nomaden en zijn qua gewoonten en levenswijze heel erg verwant met de Toearegs, die van oorsprong van de Berbers afstammen. Zij hebben hun eigen danstraditie waarvan de Guedra de meest bekende is. In deze heel oude dansvorm waar maar één vrouw alleen danst, zijn hoofd-, handen- en vingerbewegingen heel essentieel. Aangemoedigd door zang, ritme en handengeklap van andere aanwezigen worden steeds dezelfde bewegingen herhaald. Als de ene vrouw stopt met dansen, staat de volgende op om haar plaats in te nemen. Er bestaat ook een minder bekende mannenversie van deze dans. De dansstijl die gepaard gaat met de klassieke Arabo-Andalusische muziek is de hofdans, de voorloper van de tegenwoordig gedanste renaissancedans. Over het algemeen dragen de Marokkaanse dansers een djellaba (een soort lange tuniek- jurk zonder capuchon. Om de accenten op de heupen te versterken dragen zowel mannen als vrouwen een sjaal om de heupen. Bronvermelding : Danskant Podium
EGYPTE De Raqs Sharqi is de oorspronkelijke Egyptische dans in haar hedendaagse universele vorm en kan letterlijk vertaald worden als Oosterse dans. Zij is voortgekomen uit de pre-Islamiti-sche beschavingen in het Midden-Oosten en haar wortels liggen vermoedelijk bij de erediensten voor de heidense godinnen of bij de rituelen voor de farao's van rond 3000 jaar voor Christus. De melodie en het ritme van de Egyptische muziek wordt vloeiend of staccato met de heupen uitgebeeld, met een omlijsting van elegante hand en armbewegingen. De soepel golvende heupen, sierlijke armen, snelle trillingen met buik, heupen en schouders is een veelzijdige dansstijl waarin iedere danser de eigen schoonheid en kracht kan ontdekken en laten zien. Over de geschiedenis van de dans is weinig op schrift vastgelegd en in de loop der eeuwen is de dans niet alleen geëxploiteerd, maar ook misbruikt. Vooral tijdens de Franse en Engelse overheersingen werden de artistieke uitvoeringen door de zogenaamde 'Awalim' (de wijze vrouwen van Egypte), meer en meer vervangen door cabaretachtige optredens ten behoeve van de soldaten, maar ook voor het plezier van de Arabieren en de Europeaanse toeristen. Dankzij het hooghouden van de tradities van zowel stedelijke als plattelandsfamilies heeft de originele dansvorm, via mondelinge overlevering de tijd overleefd. Eeuwenoude bewegingen zijn met name door de Ghawazi (beroepsdansers van zigeunerstammen) zorgvuldig bewaard. Raqs Sharqi kan men in drie uitvormen onderscheiden: - de Folk (Sha'abi) - de Baladi - de Klassieke Sharqi Baladi betekent 'landelijk'
of 'van het land' en betekent verder een manier van leven. Rond de eeuwwisseling
met de toenemende industrialisatie en verstedelijking, trokken de mensen
van de dorpen naar de steden en namen hun eigen muziek en dansen mee.
Daar voegden zich nieuwe instrumenten aan de muziek toe, zoals de saxofoon
en de accordeon. Het leven in de steden is gecompliceerder dan in de dorpen,
zo is de Baladi ingewikkelder dan de Folk. Ze is een heel expressieve
verfijnde geïmproviseerde solodans voor vrouwen, waarin en breed
scala aan emoties tot uitdrukking gebracht. De stijl is veelal ingetogen,
maar met emoties van zowel vreugde als diep verdriet. De heupbewegingen
zijn, afhankelijk van de muziek vloeiend, rond en zacht of sterk, krachtig
en ritmisch.
Samenstelling : Betty Grünbauer, Utrecht 1998 Bronvermelding : Sabouschka Kahlfeld
Oriental Dance: A Dance For The Whole Family by Shira Contrary to what many Westerners believe, Oriental dance (the correct name for belly dancing) did not originate as a dance of seduction done by concubines to titillate the Sultan. For centuries, the role of
Oriental dance in Middle Eastern society has been that of a folk dance
that people would do at joyous occasions such as weddings, the birth of
a child, community festivals, and other events that bring people together
to party. It was a dance that men, women, and children did for fun, not
a "performance" done to entertain an audience. Just as Americans
at a modern-day wedding reception might do waltzes, two-steps, or even
the chicken dance, so people in the Middle East would get up with their
friends to shimmy to their favorite music. The Dance In Muslim Society Following the rise of Islam, people lived in segregated households. The men lived on one side of the house, and the women lived with the children on the other side. The word "harem" does not refer to some exotic seduction chamber filled with naked women lolling on pillows awaiting their turn to seduce the Sultan. Instead, it simply refers to the section of the home where women carried about their everyday business of cooking, sewing, gossiping with friends, and minding the children. The word "harem" comes from the word "haram", which means "forbidden": men who were not part of the immediate family were forbidden to enter the women's quarters when they visited their friends. The intent was to protect the women of the household from strangers. When festive occasions would arise, the women would celebrate with other women, and the men would have a separate party with other men. Historically, the two genders did not mix. In some Muslim countries, that is still true today. In the afternoons, after feeding their men the big meal of the day at noon, women would sometimes gather at the homes of their sisters, aunts, cousins, friends, or grandmothers to enjoy some time together. In these informal get-togethers, they might take turns getting up and dancing for each other. This was one way that the mothers of marriageable young men could get to know the eligible young women of the community. There was generally no special
dance "costume" to wear--people simply danced in their party
clothes, just as we might dress up a little for our own friends' weddings.
Dance was not seen as something to be "performed" by a professional--it
was just something people got up and spontaneously did. The Twentieth Century Times change, and people change with them. The twentieth century brought several changes that reshaped the role of the dance in Middle Eastern society: Colonialists from Europe brought
their Westernizing influence to the Middle East, which in some countries
broke down the traditional barriers to men and women socializing in mixed
company. Today Today, although there are still
some exceptions, in most Middle Eastern countries men and women are no
longer segregated. They no longer hold separate parties for men and women
at wedding receptions and other special occasions. It's still likely that
women will dance with other women, and men will dance with other men,
but this now generally occurs with everyone in the same large room.
Fact Or Fantasy? by Shira Just because it makes a good story, doesn't mean it's true. Just because you want it to be true, doesn't make it so. In the search for answers to questions they are asked by audience members, students, and others, many belly dancers have made up stories to explain why certain props are used, why certain costume choices are made, or why certain moves are done. The person who originated a given story may have told her students, "I don't know. Perhaps it was because...." Over the years, that student may have passed it on to her students as a "fact" that she learned from her teacher, forgetting that it was presented to her as speculation. This article exposes some of the widely-believed myths and provides the truth behind each. Although historical people in the Middle East didn't do a dance of the seven veils or wear belts made of camel tassels, there is no harm in modern-day dancers doing so. I'm not saying dancers who enjoy these modern-day Western additions to the dance should abandon them. However, I encourage you to learn the truth behind how these practices came into being, and pass that truth on to your students, friends, co-workers, and audience members. In that way, we can educate people about the true history of the dance and celebrate modern-day creativity at the same time. Are there additional fantasies
you think I should address on this page? Send me e-mail, and I'll add
them!
There is an Egyptian men's
dance that involves holding the sword in the hand throughout the dance
and executing martial moves with the sword. But at no time do the men
balance the sword on their heads (or anywhere else) when performing this
dance.
Fact: In the large harems, the women rarely even saw the Sultan. Decisions about which young women to introduce to him were often made by the Sultan's mother or first wife. So instead of winning the Sultan's attention through seductive dancing, the women of the harem were more likely to achieve their aims through gaining the confidence and support of his mother and/or first wife. Now, they probably did dance in the harem for each other's own entertainment to while away the long days. But it wasn't about competing for the Sultan's attention, because he wouldn't have been there to see. Fact: Today, in the Middle
East, women dance for other women--for their friends, neighbors, aunts,
mothers, and cousins. They use it to amuse themselves during the day while
the men are out earning a living, after the household chores for the day
are done. They use it to celebrate happy family occasions such as weddings,
and even today in some parts of the Middle East the men's celebrations
are in a separate room from those of the women.
Fantasy: The Gypsies
danced around their campfires under the stars and enjoyed the romance
of the Gypsy trail.
Fact: Cholis were traditionally worn by women in India, under the saris. The use of a choli as part of an Oriental dance costume is an American invention--they are not part of the clothing traditions of women in the Middle East or North Africa. Fact: In the Middle East, tassels are used to decorate the halters of donkeys, camels, and other animals. The animals rarely wear tassels on a daily basis--generally, the tassels are placed on their halters just for special occasions. There is no documentation to support the idea that Arabic or Turkish humans wore belts composed of fluffy yarn tassels when dancing. All of these costume accessories
can look really great on dancers, and have been embraced by those dancers
who have adopted the American "tribal" style. They make good
theater, but it would not be correct to tell people they are accurate
representations of what historical dancers in the Middle East actually
wore.
|